Weidegang: mineralen op scherp

Zodra de koeien de wei in gaan, verandert het rantsoen direct. Vers gras is smakelijk en geeft pensprikkel, maar bij minder (of geen) krachtvoer valt ook een belangrijk deel van de mineralen- en sporenelementenaanvoer weg. Juist die kleine nutriënten sturen op groei, weerstand en vruchtbaarheid. Daarom loont het om aan het begin van het weideseizoen scherp te zijn op de mineralenvoorziening.

Waarom het in de praktijk mis kan gaan
Weidegras bevat niet altijd genoeg sporenelementen. Vooral selenium, koper, zink, kobalt en jodium komen geregeld te laag uit, zie grafiek 1. Bovendien wisselen gehalten door grondsoort, snede en weer, en kan de opname geremd worden door antagonisten zoals molybdeen. Strengere bemestingsregels kunnen dit risico verder vergroten.

Praktisch sturen: borg de opname, niet alleen het aanbod
Praktisch kun je vóór het weiden kiezen voor langwerkende mineralenverstrekking, zodat je niet afhankelijk bent van wisselende opname uit likemmers. Een mineralenbolus borgt de opname
per dier. Een Opti Trace bolus kan bijvoorbeeld circa 6 maanden voorzien in o.a. jodium, kobalt, koper, mangaan, zink en selenium en ondersteunt zo jongvee, weerstand en vruchtbaarheid in een
periode met snel wisselend rantsoen.

Herken signalen op dierniveau (en grijp op tijd in)
Let bij meerdere dieren in dezelfde groep op signalen die kunnen passen bij
sporenelementtekorten:
• Kalveren rond spenen (3–4 maanden):
groeivertraging, lagere weerstand, minder eetlust,
huid- en vachtproblemen.
• Pinken rond inseminatie (12–15 maanden):
achterblijvende groei, vaker ziek, minder
duidelijke bronst, lastig drachtig of veel
terugkomers.
• Hoogdrachtige vaarzen en droogstaande
koeien: meer ontstekingen, zwakkere kalveren
(of doodgeboorte), vaker uierproblemen kort na
afkalven.

Zie je dit beeld in meerdere diergroepen, dan is het verstandig om de sporenelementstatus te controleren via (bloed)onderzoek. Zeker bij (bijna) volledige weidegang (met weinig of geen krachtvoer) is een bolus een praktische manier om de voorziening stabiel te houden zonder dagelijkse handelingen.