Melkziekte of slepende melkziekte? Dit is wat elke melkveehouder moet weten
Slepende melkziekte en melkziekte klinken hetzelfde, maar zijn 2 verschillende soorten aandoeningen die koeien kunnen krijgen rondom het afkalven. Melkziekte is het…
Kort uitgelegd
Beoordeling van de lichaamsconditie van een koe op een schaal van 1 (mager) tot 5 (vet).
De Body Condition Score, kort BCS, beoordeelt de lichaamsconditie van een koe. Het gaat om de vetbedekking, niet om het gewicht. Een grote koe kan mager zijn en een kleine koe te vet. Bij melkkoeien is een schaal van 1 tot 5 in kwartpunten gebruikelijk. 1 staat voor sterk vermagerd, 5 voor sterk vervet.
De BCS is een eenvoudig hulpmiddel om te zien of het voer past bij de fase van de lactatie. Hij laat zien hoeveel energiereserve de koe heeft en hoeveel ze na het afkalven afbouwt.
Je bekijkt en voelt bepaalde lichaamsdelen, het best van achteren en van opzij:
Bij een magere koe met BCS 2 zijn de botten scherp te zien en vormt de lijn tussen de knobbels een V. Bij BCS 3 zijn de knobbels afgerond. Vanaf BCS 4 zijn de botten nauwelijks te voelen, is de kuil bij de staart gevuld met vet en is de lijn vlak.
Laat altijd dezelfde persoon scoren, en doe dat op vaste momenten. Beter meetbaar is de rugvetdikte met een echo. Die reageert op dezelfde veranderingen.
In de droogstand is het te laat om een magere koe op te voeren of een vette koe te laten afvallen. De conditie stuur je in het laatste derde deel van de lactatie.
Vette koeien met een BCS boven 3,5 bij het afkalven vreten daarna minder en bouwen des te meer lichaamsvet af. Dat verhoogt het risico op ketose (slepende melkziekte), leververvetting, melkziekte en lebmaagverplaatsing. Meer hierover lees je in Ketose is een grote kostenpost.
Te magere koeien hebben te weinig reserves voor de start van de lactatie. Ze halen hun productiepiek niet en hebben vaker vruchtbaarheidsproblemen, omdat de tocht en de kwaliteit van de eicellen lijden onder het energietekort.
Verliest een koe na het afkalven meer dan één punt, dan was de negatieve energiebalans te diep. Dan loont het om samen met je voeradviseur te kijken naar de voeropname in de transitieperiode en de energiedichtheid van het rantsoen.
Scoor de koeien op vaste momenten, bijvoorbeeld bij het droogzetten, bij het afkalven en 30 tot 60 dagen daarna. Zet de waarden in je managementprogramma. Zo volg je losse koeien en zie je ook of een hele groep te vet of te mager is. De BCS speelt ook een rol bij het voeren van droge koeien.
De conditie hangt nauw samen met de vruchtbaarheid. Koeien die na het afkalven sterk afbouwen, komen later voor het eerst tochtig en worden slechter drachtig. Als je de conditie in de gaten houdt, zie je vruchtbaarheidsproblemen vaak weken van tevoren aankomen.
3,0 tot 3,5 op de schaal van 1 tot 5. Hogere waarden verhogen het risico op ketose en melkziekte.
Hooguit één BCS-punt of ongeveer 10 mm rugvetdikte. Een groter verlies wijst op een te diepe negatieve energiebalans.
Minstens bij het droogzetten, bij het afkalven en 30 tot 60 dagen daarna, zo mogelijk altijd door dezelfde persoon.
Slepende melkziekte en melkziekte klinken hetzelfde, maar zijn 2 verschillende soorten aandoeningen die koeien kunnen krijgen rondom het afkalven. Melkziekte is het…
Ontdek onze gloednieuwe krant 'Farming Forward', die vroeger bekendstond als 'Cow Programme'. We hebben de inhoud ook uitgebreid met onderwerpen als klauwverzorging, hygiëne en de dagelijkse bedrijfsbehoeften.
Krant lezen
Winkelwagen
Je winkelwagen is nog leeg.