50% van de melkkoeien lijdt aan een vorm van slepende melkziekte
Topro Animal Health It's about details

Slepende melkziekte

Het is een veel voorkomende aandoening bij melkvee: ketose, ook wel slepende melkziekte genoemd. Uit onderzoek is gebleken dat in de eerste 2 maanden na afkalven ruim één op de tien koeien er aan lijdt (Veeteelt 2 feb. 2012). Het percentage koeien dat lijdt aan subklinische ketose ligt nog hoger. Kosten van slepende melkziekte worden geschat tussen de € 250 en € 600 per koe per lactatie. Reden genoeg om er alles aan te doen om slepende melkziekte op het bedrijf te verminderen.

 

Ontstaan en signalen

Ketose is het gevolg van een negatieve energiebalans. Dit ontstaat omdat na het afkalven de koe grote hoeveelheden melk begint te produceren. De voeropname blijft echter vaak achter waardoor de koe onvoldoende energie binnenkrijgt. Dit is ook duidelijk te zien in onderstaand figuur 4. De blauwe lijn hierin is de melkproductie, de zwarte onderbroken lijn is de drogestofopname en de groene stippellijn is het lichaamsgewicht. Duidelijk zichtbaar is dat in begin lactatie de melkproductie hoger is dan de drogestofopname waarmee ook het lichaamsgewicht van de koe daalt.

 

Figuur 4. Schematische weergave negatieve energiebalans melkvee

 

Koeien met ketose zijn over het algemeen traag en hebben een verminderde eetlust. Vaak loopt de melkproductie terug en zal de conditie van de koe ook verminderen. Ook kan de uitgeademde lucht van de koe ruiken naar aceton, één van de ketonen (Veearts.nl).

 

Gevolgen

Het gevolg van een negatieve energiebalans is dat de koe lichaamsvet zal verbranden (vetmobilisatie) om in haar energiebehoefte te voldoen. Het functioneren van de lever is hierbij cruciaal omdat dit orgaan zorgt voor de omzetting van lichaamsvet naar beschikbare energie. Vaak raakt de lever in deze situatie overbelast. Hierdoor functioneert de lever niet optimaal en wordt het lichaamsvet onvolledig afgebroken.
Dit resulteert in de vorming van ketonlichamen (β-hydroxyboterzuur, afgekort BHBZ). Wanneer het gehalte aan ketonlichamen boven een bepaald niveau komt (BHBZ > 1,20 mmol per liter) spreken we van ketose. Het gevolg hiervan is dat de koeien sloom zijn, minder vreten, minder melk produceren en vatbaarder zijn voor aandoeningen zoals baarmoederontsteking en lebmaagdraaiingen. Ook zal de vruchtbaarheid verminderen.

 

Behandeling

Belangrijk bij slepende melkziekte is om de koe voldoende te voorzien van energie. Dit kan door middel van het rantsoen, maar bijsturing met producten zoals propyleenglycol of glycerol is ook een goede optie. Ook kan één van de oplossingen worden gezocht in de droogstand. Als de koe door een goede droogstandsperiode, voldoende droge stof kan opnemen bij de start van de lactatie zal er minder vaak melkziekte optreden, waardoor de voeropname beter op peil blijft. Dit zal de negatieve energiebalans verminderen zodat ketose minder vaak optreedt. Wanneer ketose een bedrijfsprobleem is, dan is het bijsturen in het rantsoen met bijvoorbeeld propyleenglycol een goede optie, maar ook zal het energieniveau van het rantsoen kritisch bekeken moeten worden.

 

Oplossingen

topro KetoDuo bolus

topro KetoDuo bolus

topro KetoCare

topro KetoCare