Goede voorbereiding op de volgende lactatie
Topro Animal Health It's about details

Droogzetten

De droogstandsperiode duurt ongeveer zes tot acht weken. De droogstand kan worden opgedeeld in twee perioden, de zogenaamde Far-off periode en de Close-up periode. De Far-off periode begint vanaf droogzetten tot drie weken voor afkalven en heeft als functie het herstel van het uierweefsel en genezing van eventuele uierinfecties. De Close-up periode begint drie weken voor afkalven tot aan het afkalven zelf en is gericht op de voorbereiding op de volgende lactatie. Het grote bovenliggende doel tijdens de droogstand is om de volgende lactatie soepel te laten verlopen.

Figuur 2. Overzicht lactatiecyclus melkvee

 

Oplossingen

topro Dry bolus

topro Dry bolus

Manier van droogzetten

Over de manier en moment van droogzetten en of er überhaupt moet worden droog gezet zijn meerdere opvattingen. In ieder geval is het belangrijk dat de koe niet te veel melk meer geeft op het moment van droogzetten, bij voorkeur minder dan 12-14 liter per dag. Wanneer een koe hierboven zit is er een verhoogde kans op uierontsteking. Om een dergelijk lage productie te bereiken is het belangrijk om de krachtvoergift af te bouwen en de koe minder vaak te melken. Ook indien mogelijk is het verstandig om het eiwitaanbod in het rantsoen van deze dieren te verlagen om zo de melkproductie te drukken.

 

Het gebruik van droogzetinjectoren is de meest gangbare manier van droogzetten. Belangrijk is hierbij om allereerst de koe helemaal uit te melken en om hygiënisch te werken. Gebruik hierbij voldoende alcohol en gebruik handschoenen. Dit vermindert de kans op uierinfecties. Het gebruik van uier-verzorgende producten is aan te raden omdat dit type producten de doorbloeding van het uier bevordert waarmee bacteriën en afgestorven uierweefsel beter worden afgevoerd.

 

Oplossingen

topro Coolmint

topro Coolmint

Voeding in de droogstand

Goede voeding in de droogstand is essentieel voor een goede volgende lactatie. Koeien met een te hoge conditiescore zullen in begin lactatie overmatig vet verbranden om te voldoen aan hun energiebehoefte. Dit brengt het risico op ketose met zich mee. Dieren moeten echter ook niet teveel vermageren in de droogstand omdat dit vaak ten koste gaat van de melkproductie die volgt op het afkalven. Het begint dus bij een juiste conditiescore wanneer de koe de droogstand in gaat waarbij wordt gesteld dat een conditiescore van ongeveer 3,5 het streven moet zijn. In onderstaande figuur 3 wordt het ideale BCS (Body Condition Score) verloop gedurende de lactatie weergegeven (Friggens et al. 2004).

Figuur 3. BCS verloop gedurende de lactatie (Friggens et al. 2004)

 

Rantsoen in de droogstand

Tijdens de droogstand moet er voldoende structuur houdend voer worden verstrekt met een ruw eiwit gehalte tussen de 12 en 14 procent (Schothorst 2011). Bij vaarzen heeft het de voorkeur om rond de 14 á 15 procent ruw eiwit te voeren om de spieraanzet te ondersteunen. Door een dergelijk rantsoen blijft de pensvulling en penswerking op peil waardoor de koe ook na afkalven voldoende in staat is om grote hoeveelheden voer de verteren. Het totale energieniveau van het rantsoen moet echter worden beperkt (rond de 850 VEM), met name in het begin van de droogstand (indien mogelijk). Zo kan er worden voorkomen dat de koe vervet omdat in deze periode de koe nog wel grote hoeveelheden voer kan opnemen, zonder dat het de energie direct nodig heeft. In het tweede deel van de droogstand is het goed om het energieniveau in het rantsoen te verhogen om de koe voor te bereiden voor de lactatie, én omdat ze in deze periode een hogere energiebehoefte heeft door o.a. de start van de melkproductie.

 

Kation- anionbalans in de droogstand

Belangrijk bij het rantsoen is dat er goed gekeken wordt naar de kation- anionbalans (KAB), ofwel het verschil tussen het aantal positieve ionen en negatieve ionen, uitgedrukt in milli-equivalenten per kg. Geadviseerd wordt om in de droogstand een rantsoen te voeren met een negatieve KAB. Hierdoor stijgt de afvoer van de zure anionen (chloor en zwavel) waardoor het lichaam calcium gaat mobiliseren (Bethard et al. 1998). Dit stimuleert het calciummetabolisme wat in begin lactatie belangrijk is ter voorkoming van o.a. melkziekte. Het voeren van anionische zouten om hiermee de KAB te verlagen is een goede manier om het calciummetabolisme actief te houden (Schothorst 2011). Hierbij moet de opname van het rantsoen wel in de gaten worden gehouden omdat het geen smakelijke toevoeging is.

 

Drinkwater in de droogstand

Waar ook op moet worden gelet is de beschikbaarheid van voldoende en schoon drinkwater (bioSecure). Vaak is de doorstroming van de waterbakken bij de droge koeien minder omdat er minder koeien uit drinken. Dit kan ten koste gaan van de waterkwaliteit en wateropname. Een lagere wateropname betekent ook een lagere voeropname wat de energiebalans negatief kan beïnvloeden.

 

Voor meer informatie over hygiëne tijdens de droogstand, neem contact op met topro klantenservice via +31 888 282 555